Herdenkingsdagen  

 

Geboren,  02 januari 1969   

 

Overleden 14 mei 2000

 

 

 

2015

2016

donderdag 14 mei 2015 

 

'Het is geen verraad, onze zoon zullen we nooit vergeten'

 

Frank Jansen Fotografie

 

In april 2013 heb ik geschreven wat ik toen op dat moment dacht, ik weet nu .....

 Link naar > http://www.alanroos.nl/ADSR-13-2013.htm

Maar eigenlijk wist ik het helemaal niet ook in mei 2014, nog steeds niet .....

 Link naar > herdenkingsdag 2014

'Het is geen verraad, onze zoon zullen we nooit vergeten'

Vijftien jaar geleden werd Alan (31), de zoon van Martin en Irene Roos, vermoord. Nu nemen zijn ouders afscheid van publiekelijke gedenkdagen en stopt Martin als voortrekker van de Stichting Aandacht doet Spreken. Het is klaar. Van shock, boosheid en verdriet tot rust. 'Je wordt langzaam weer gewoon'. Ze waren zo'n gelukkig gezinnetje. Tevreden mensen. Vader, moeder, drie volwassen kinderen. Woonden dicht bij elkaar, kozen er bewust voor om elkaar veel te zien. Gingen naar het voetbal, organiseerden één keer per jaar een feestje.

Maar dat was vóór Moederdag 14 mei 2000. De dag dat er een einde kwam aan het leven van Alan, de 31-jarige zoon van Martin en Irene Roos. Doodgeschoten en als oud vuil achtergelaten in een parkeergarage in de Ouverturestraat in Loosduinen. Later bleek dat de daders onder invloed waren van drank en xtc, en dat Alan zonder enige reden werd neergeschoten. 

De eerste maanden na de moord gaan voor Martin en Irene in een roes voorbij. ,,Ik was boos, verdrietig. Natuurlijk. Maar als ik terugdenk, zie ik mezelf vooral als iemand die van voren niet wist dat-ie van achteren leefde,'' zegt de voormalige trambestuurder. Nachtenlang dwaalt hij met zijn vrouw Irene over straat en samen belanden ze steevast in de Ouverturestraat. Strijken met hun handen over de stenen waarop het levenloze lichaam van hun geliefde zoon lag. ,,Hier mag nooit meer een auto op staan,'' mompelen ze tegen elkaar.

Een plechtige belofte die standhoudt. Na twee jaar worden de stenen van de parkeerplaats verwijderd en in een gedenkmuur gelijmd, net buiten de garage. ,,Ik heb stratenmakers nog nooit zo voorzichtig met stenen om zien gaan,'' zegt Martin. ,,Nu lach ik erom,'' voegt hij er serieus aan toe. ,,Dat had tot voor kort niet gekund. Alles wat met de dood van mijn zoon te maken had, was niet iets om een grapje over te maken. Ik kon er niet eens over praten, niet over de dag van zijn dood, niet hoe het was er net na.''

Na een paar weken sluit zich om het hart van Martin een keiharde band. ,,Hard en strak.'' Boosheid overheerst het verdriet. Foto's en filmpjes van zijn zoon wil hij niet zien. ,,Dat kon ik niet aan. Ik ben alleen maar gaan lopen, schreeuwen, schoppen. Het is mijn manier geweest om te overleven.'' Als een terriër bijt hij zich vast in de zaak om de daders te pakken te krijgen. Schakelt vrienden en kennissen bij zijn speurwerk in. Zit geregeld agenten in de weg omdat in zijn ogen het politieonderzoek veel te langzaam gaat. ,,Ik heb heel boze dingen gezegd. Ook tegen goedbedoelende mensen, die vroegen hoe het met me ging. Ik ging mensen achterna als ik bijvoorbeeld vond dat ze te veel herrie maakten in de parkeergarage. Ik ben zelfs een keer een vent achterna gereden, helemaal tot in Kijkduin. Heb die man uit staan foeteren. Hij deed aangifte, moest ik op het bureau komen. 'Mart', zei die politieman tegen me. 'Je zou jezelf eens moeten zien. Die ogen van jou, ik schrok me rot'. Ik werd onherkenbaar voor mezelf.''

Zombie

Thuis is Irene nog maar een schaduw van zichzelf. ,,Ik maakte me niet meer op, verwaarloosde mezelf. Waarom zou ik? Wat heb ik nou aan mijn leven? Toch niks, dacht ik.'' De geboorte van hun eerste kleinzoon in 2001 gaat langs haar heen. ,,O, ik vond het wel leuk hoor, maar meer ook niet.'' Hele dagen brengt ze door op de begraafplaats in Ockenburg waar de urn met de as van Alan staat, schrijft schriften vol over wat er die dag is gebeurd. ,,Ik vertelde alles aan Alan. Ik wilde dat hij er nog was, hij moest ook weten wat er in huis gebeurd was.''

Bij haar man kan ze op dat moment eigenlijk niet terecht met haar verdriet, bekent Martin zelf. De knellende band om zijn hart belemmert dat. ,,Ze had de buurvrouw, onze dochter en later een hondje. Die hebben haar er doorheen gesleept, denk ik.'' Intens dankbaar is hij dat hij zijn vrouw er niet door is kwijtgeraakt. ,,Je ziet het zo vaak misgaan. Wij zijn toch nog goed met elkaar gaan praten.''

Dochter Cynthia schudt Irene uiteindelijk zes jaar later wakker. Ze gaat trouwen en vraagt voorzichtig aan haar moeder of ze zich voor deze speciale dag dan toch een beetje wil opmaken. ,,Dat heb ik gedaan. Voor haar. En ik keek in de spiegel en dacht: ja, dat is toch wel beter zo. Dan heb ik niet meer zo'n treurig gezicht.'' Stapje voor stapje krabbelt Irene op. Ze gaat minder naar de begraafplaats en als ze het zesde schrift heeft vol geschreven, stopt ze ermee.

De knellende band bij haar man ziet ze langzaam oplossen. De rechtszaken zijn geweest en de daders Tommix en Kobus R. zitten voor jaren achter de tralies. ,,Het ging bij jou wel langzamer, geleidelijker,'' zegt ze tegen haar echtgenoot. Hij knikt, kijkt z'n vrouw even liefdevol aan. ,,Uiteindelijk door het oppassen op mijn kleinzoon verdwenen de bitterheid, de wraakgevoelens. Hij kwam een keer per week. Zijn moeder bracht hem bij me op de tram, bij de laatste halte. Dat was leuk. Gingen we samen in de kantine een broodje bal eten.''

Moordenaars

Maar het is ook de oprichting van de stichting Aandacht doet Spreken die weer richting aan het leven van vader Martin geeft. Een strijd om de belangen van de nabestaanden te verbeteren.

,,Al die dingen waar wij tegenaan liepen toen de rechtszaak speelde tegen de moordenaars van onze zoon. Heel simpel. Wij moesten in de rechtbank gewoon wachten in dezelfde ruimte als de familie van dat tuig. Waarom kon dat niet in een aparte ruimte? Waarom werden wij niet geïnformeerd wanneer de rechtszaak was? En het spreekrecht. Wij mochten helemaal niets zeggen. Of de begeleiding door slachtofferhulp. Dat is dankzij onze strijd allemaal zo ontzettend veel verbeterd. Er is nu een casemanager die nabestaanden van begin tot eind begeleidt.''

Vijftien jaar geleden, zelfs tot een paar jaar terug, had Martin Roos niet geloofd dat hij klaar zou zijn met de stichting, dat anderen het werk van hem mogen overnemen. Onbestaanbaar zou hij het hebben gevonden dat hij in 2015 niet meer zou meelopen tijdens de Dag Herdenken Geweldslachtoffers met een lint met daarop de naam van zijn zoon. ,,Vorig jaar kwam Kobus, Alans moordenaar, vrij. Dan spant het weer even van binnen. Na jaren droomde ik weer dat ik met Kobus aan het vechten was. Een droom die ik in het begin vaak had. Maar het ging snel over, ik kon de draad weer oppakken.''

,,Ik wilde het als eerste niet meer,'' erkent Irene. ,,Elke keer rond de herdenkingstocht was ik een paar dagen van slag. Dat wilde ik niet meer. Niet telkens de emoties oprakelen.''

Martin vult haar aan. ,,Het is anders geworden door het verstrijken van de tijd, door wat we bereikt hebben met Aandacht Doet Spreken, door de kleinkinderen. We zien het niet meer als verraad dat we hiermee stoppen. We weten het heel zeker: onze zoon zullen we heus nooit vergeten. We hebben rust gekregen. Heel langzaam word je weer gewoon.''

AD/Haagsche Courant  Jorina Haspels
AD, 23/05/15, Pagenumber: 6-7, Section: Regio - Den Haag, Zone: HC, Number of words: 1265