KRANTEN berichten m.b.t. de moord op Alan

 Terug naar kranten knipsel overzicht  <<<

 

Artikel uit Haagsche Courant van 14-03-2001                  Afgrijzen in rechtszaal over verklaring van verdachte

 

door René van Leusden

Den Haag - Eenmaal tijdens de strafzaak tegen de twee verdachten van de Loosduinse moorden was er gisteren in de stampvolle rechtszaal een collectief afgrijzen voelbaar.
 

Tommix, de jongste verdachte van de moorden op Alan Roos (31) en Daan de Blok (22), had zojuist verklaard wat er volgens hem gebeurde nadat zijn vader Kobus (51) Alan en Daan op de vroege ochtend van 14 mei 2000 in zijn auto op de Margaretha van Hennebergweg door het hoofd had geschoten.

 

Op bevel van Kobus werden de lichamen gedumpt in de parkeergarage aan de Ouverturestraat in Loosduinen. Ze werden op hun buik gelegd. Tommix, met tegenzin: "Ik zag dat een van die jongens zijn hand nog naar boven bewoog. Ik zei: Ze leven nog. Dat deed ik uit paniek". Daarop zou Kobus nogmaals op beide slachtoffers hebben geschoten. Enkele nabestaanden, die zich al uren tot het uiterste hadden beheerst, verlieten daarop hevig ontdaan de zaal.
In tegenstelling tot zijn vader gaf zoon Tommix op elke vraag van de rechtbank antwoord. En bijna elk antwoord was belastend voor Kobus.
Hij was eerder die nacht met zijn vader en oom Tom en nog wat kennissen in discotheek Get down geweest. Kobus liet daar zijn auto achter toen besloten werd in de auto van een van de kennissen koers te zetten naar disco de <O> aan de Wijndaelerweg. Kobus en Tommix verkeerden onder invloed van xtc en alcohol. In de <O> heerste een feeststemming, aldus Tommix: "Handjes in de lucht. Harde muziek". In die ambiance vond de eerste ontmoeting plaats met Daan en Alan die, zoals later uit de sectierapporten zou blijken, eveneens alcohol en drugs (vooral xtc) hadden gebruikt. Er waren mannen, onder wie Daan en Alan, die uitgelaten om elkaars hals hingen terwijl ze dansten. Rechtbankvoorzitter mr. L. Verheij confronteerde Tommix met verklaringen waaruit bleek dat deze niet van zulke aanrakingen hield. Tommix had ooit enkele jaren bij een homofiel in Leiden gewoond. Volgens die man was er tussen hen zelfs een relatie geweest. "Kunnen die ervaringen bij deze zaak een rol hebben gespeeld?", vroeg rechter Verheij. Tommix ontkende resoluut.
Na de <O> vertrokken Kobus, Tommix en oom Tom per taxi naar hun woonwagenkamp aan de Escamplaan. Daarna besloten Kobus en Tommix met de auto van oom Tom in de binnenstad pa's auto nog op te halen. Waarna het tweetal, volgens Tommix, weer koers zette naar de <O>, die juist bezig was te sluiten.